Werkkleding wassen en reinigen: zo gaat je kleding langer mee
6 min leestijd | Geschreven door Daniel Vermeij

Samenvatting
- Was werkkleding altijd apart van je gewone was en volg altijd het waslabel.
- Behandel olie, verf en vet vóór de was. Daarna krijg je ze er nauwelijks nog uit.
- Gebruik geen wasverzachter en geen bleek. Die tasten de stof en de beschermende laag aan.
- Sluit ritsen en klittenband, keer de kleding binnenstebuiten en laad de machine niet te vol.
- Signaalkleding en vlamvertragende kleding hebben een maximaal aantal wasbeurten. Dat staat op het label.
- Drogen doe je bij voorkeur aan de waslijn of het droogrek.
Vrijdagmiddag, alles in één was
Modder van dinsdag, een vetvlek van donderdag en vuil en stof van de hele week. Alles in de machine, 60 graden, klaar.
Twee maanden later is je broek dof en stug. Hij ruikt na de was nog steeds naar de bus, en de opdruk begint los te laten. Dat komt zelden door de kleding zelf.
Werkkleding vraagt een andere behandeling dan een T-shirt uit de kast. Hieronder staat hoe je dat aanpakt, zonder gedoe.
Waarom werkkleding niet in de gewone was hoort
Werkkleding vangt de hele dag stof, cement, olie, houtsnippers en zand op. Dat vuil komt tijdens de wasbeurt in het water terecht.
Was je alles samen, dan verdeel je dat vuil over je overhemden en het beddengoed. Een aparte was voor werkkleding scheelt dat probleem én is beter voor je machine.
Doe je werk met chemie, gewasbescherming of lasrook? Dan hoort die kleding sowieso niet in de huishoudmachine. Daarvoor bestaan industriële wasserijen.
Begin bij het waslabel
In elk kledingstuk zit een label met de maximale temperatuur, het drogen en het strijken. Bij werkkleding is dat geen advies maar een grens.
Op beschermende kleding staat er vaak meer. Denk aan een maximaal aantal wasbeurten of het verbod op wasverzachter. Wassen boven de aangegeven temperatuur laat de stof krimpen en beschadigt de coating.
Vlekken eerst, was daarna
Een vlek die door de wasbeurt heen komt, blijft meestal voorgoed zitten. De warmte zet hem vast. Behandel dus altijd eerst.
Olie en vet
Breng zo snel mogelijk een vetoplossend middel of een druppel afwasmiddel op de vlek aan. Laat dat een kwartier intrekken en was daarna op de temperatuur van het label.
Verse olie kan je meestal wel uit je kleding krijgen. Ingebrande olie na jaren sleutelen blijft in de stof zitten. Donkere kleuren maken dat minder zichtbaar.
Verf
Watergedragen verf spoel je meteen uit met koud water. Wacht je tot de avond, dan is hij hard.
Bij verf op basis van terpentine helpt alleen een oplosmiddel, en dat kan de stof aantasten. Test het eerst op een naad aan de binnenkant. Voor echt vies verfwerk zijn wegwerpoveralls goedkoper dan een verpeste broek.
Modder, gras en cement
Laat modder eerst volledig drogen en borstel hem er dan uit. Natte modder wrijf je alleen maar dieper in de stof. Grasvlekken pak je aan met een vlekkenverwijderaar vóór de was. Cementresten klop je uit zodra ze droog zijn, want cement is schurend en slijt de vezels.
De machine in: vijf minuten voorbereiding
Leeg alle zakken. Een vergeten schroef of stanleymes maakt in één wasbeurt meer kapot dan een half jaar werk.
Haal kniestukken uit de kniezakken, sluit alle ritsen en plak het klittenband dicht. Open klittenband trekt draden uit de rest van de was.
Keer de kleding binnenstebuiten. Dat spaart de kleur, de opdruk en de buitenkant van de stof. Vul de trommel tot maximaal driekwart, want kleding moet kunnen bewegen om schoon te worden.
Wasmiddel en temperatuur
Gebruik vloeibaar wasmiddel. Poeder lost in stevige weefsels niet altijd volledig op en laat witte resten achter in de naden.
Wasverzachter gebruik je niet. Die legt een laagje op de vezels, waardoor stof minder vocht opneemt en sneller slijt. Bij waterafstotende en vlamvertragende kleding werkt hij de bescherming actief tegen. Bleekmiddel is ook geen optie. Het vreet aan gekleurde stof en aan de behandeling die de kleding beschermt.
Als richtlijn was je op 30 tot 40 graden. Werk je in de zorg, horeca of voedingssector, dan is 60 graden vaak nodig voor de hygiëne. Check dan eerst op het label of dit kan.
Drogen zonder schade
Aan de lijn of op het droogrek is het beste. De kleding houdt zijn vorm en de stof gaat langer mee.De droger kan alleen als het symbool op het label dat toelaat, en dan op lage temperatuur. Kleding op de verwarming leggen doe je niet: die trekt scheef en de stof verhardt.
Bij jassen met een waterafstotende laag helpt warmte juist. Een korte droogbeurt op lage stand of strijken op lage temperatuur maakt die laag vaak weer actief. Ook hier is het label leidend.
Bedrukte en geborduurde kleding
Een opdruk gaat lang mee als je hem niet direct met hitte en wrijving belast. Was binnenstebuiten, blijf op of onder 40 graden en houd de droger op lage stand. Strijk nooit direct over de opdruk. Strijk aan de binnenkant of leg een doek over het kledingstuk heen. Borduurwerk is steviger dan een transferdruk, maar heeft dezelfde aanpak nodig.
Wij bedrukken in onze eigen textieldrukkerij in Wijk bij Duurstede, ook in kleine aantallen. Meer daarover lees je bij bedrijfskleding bedrukken.
Signaalkleding en beschermende kleding
Signaalkleding volgens EN ISO 20471 verliest bij elke wasbeurt iets. De fluor kleur verbleekt en de reflecterende banen worden dof. De fabrikant vermeldt daarom een maximaal aantal wasbeurten op het label.
Was signaalkleding nooit met wasverzachter en strijk niet over de reflecterende banen. Voldoet de kleding niet meer aan de zichtbaarheidseis, dan is hij geen beschermingsmiddel meer. Bekijk het assortiment bij high-vis werkkleding.
Voor vlamvertragende kleding volgens EN ISO 11612 of EN ISO 11611 gelden dezelfde regels, maar strenger. Geen wasverzachter, geen bleek en geen zeepresten in de stof. Kleding die doorweekt is met olie of vet is niet meer vlamvertragend, hoe schoon hij er ook uitziet.
Veelgemaakte fouten
De grootste fout is te heet wassen omdat de kleding erg vies is. Vuil verdwijnt daar niet sneller door, maar de coating en de pasvorm wel.
Fout twee is wasverzachter gebruiken om de stof zachter te maken. Dat werkt kort en kost je slijtvastheid.
Fout drie is te weinig sets hebben. Wie met één broek werkt, wast die drie keer per week kapot. Met drie of vier sets in roulatie doe je jaren langer met dezelfde kleding.
Controleer je kleding tijdens het opvouwen
Kijk bij het opvouwen even naar de naden, de kniezakken, de ritsen en de reflectie. Zo zie je slijtage voordat je er op de klus achterkomt.
Is een naad open, een rits stuk of de reflectie mat? Dan is repareren of vervangen goedkoper dan doorwerken met kleding die niet meer beschermt.
Bekijk het volledige werkkleding aanbod of kom langs in onze winkel in Wijk bij Duurstede. Twijfel je of jouw kleding nog voldoet? Bel ons gerust, we kijken met je mee.
Wear2work · Specialist in werkkleding, werkschoenen en PBM sinds 2010


