Stoffen en materialen in werkkleding
8 min leestijd

Samenvatting
- Op je label staan vier verschillende soorten namen door elkaar: vezels, weefsels, constructies en merknamen.
- Vezels bepalen hoe de stof aanvoelt en slijt. Katoen ademt, polyester houdt het langer vol, samen doen ze allebei een beetje.
- Weefsels bepalen de sterkte. Dezelfde vezel in een ander weefsel geeft een heel andere broek.
- Merknamen zoals Cordura of Rugged Flex zijn handelsnamen voor een stof of techniek, geen aparte materiaalsoort.
- Softshell en waterafstotend zijn niet hetzelfde als waterdicht. Bij aanhoudende regen heb je regenkleding nodig.
- Werk je met vlammen of vonken? Dan is de vezel keuze een belangrijke factor.
- Onderaan dit artikel staat een register van A tot Z, zodat je elke naam op je label kunt opzoeken.
Je nieuwe werktrui, en het labeltje in de nek
In je kleding staat 65% polyester, 35% katoen. Daaronder een woord dat je nergens anders bent tegengekomen, met een klein ® erachter.
In de beschrijving bij de leverancier staat dat dit een populaire stofsamenstelling is. Wat jij eraan hebt wanneer je staat te schilderen, of op een koude bouwplaats aan het zwoegen bent staat er niet bij. In dit artikel leggen we uit wat je op zo’n label kunt tegenkomen en sluiten we af met een handig alfabetisch register waarin je losse namen kunt opzoeken.
Waarom de stof meer uitmaakt dan het merk
Twee werkbroeken van hetzelfde merk kunnen totaal verschillend slijten. Dat is geen kwestie van kwaliteit, maar van de stof die de fabrikant heeft gekozen. Een broek van 100% katoen zit heerlijk op een warme dag, maar gaat er snel doorheen als je veel op je knieën werkt. Een broek van 100% polyester houdt dat veel langer vol en plakt in de zomer.
Meng je die twee, dan krijg je iets wat wel goed kan werken. Een broek die een werkweek doorstaat en comfortabel zit. Er is dus geen beste stof. Er is een stof die past bij wat jij de hele dag doet.
Vier begrippen van materialen
Dit zijn de vier begrippen die een belangrijke rol spelen bij stoffen en materialen.
1. Vezels
De grondstof waar het garen van gesponnen is: katoen, polyester, polyamide, elastaan, wol, viscose. Vezels staan altijd met een percentage erbij, want ze tellen op tot honderd. De vezel bepaalt hoe de stof aanvoelt, hoe hij ademt en hoe snel hij slijt.
2. Weefsels
De manier waarop de draden door elkaar geweven zijn: twill, canvas, denim, ripstop, piqué. Dit staat nooit in procenten. Hetzelfde katoen in een twill binding of in een canvas binding levert twee compleet verschillende broeken op. Het weefsel bepaalt de sterkte en de vorm.
3. Constructies
Een opbouw uit meerdere lagen of een bewerking van de stof: softshell, fleece, gecoat, gelamineerd. Hier zitten vaak meerdere materialen in één geheel.
4. Merknamen
Cordura, Coolmax, Kevlar, Rugged Flex, Helly Tech. Dit zijn geregistreerde handelsnamen, geen materiaalsoorten.
Achter zo’n naam zit gewoon een vezel of een techniek. Cordura is slijtvast polyamide, Coolmax is polyester met een slimme vezelvorm. De naam zegt wie het maakt en welke kwaliteit hij garandeert, niet dat het iets totaal anders is.
De vezels en wat ze doen
Katoen en polyester, en waarom ze bijna altijd samen zitten
Katoen ademt, voelt zacht en ruikt minder snel. Het krimpt bij een hete was, slijt sneller en blijft lang nat. Polyester doet vrijwel het omgekeerde. Het is slijtvast en kleurvast, krimpt nauwelijks en droogt snel, maar het ademt minder goed.
Daarom bestaat de klassieke werkkleding stof: 65% polyester met 35% katoen.
Je levert op beide punten iets in en krijgt er een broek voor terug die gemaakt om intensief te gebruiken en die lekker zit. Zie je meer katoen in de mix, dan is comfort belangrijker gemaakt. Meer polyester betekent dat er op levensduur is gestuurd.
Polyamide
Sterker en lichter dan polyester bij schuren en trekken. Je vindt het daarom zelden in een hele broek, maar wel op slijtage gevoelige plekken van de kleding. Denk aan kniestukken, gereedschapszakken en de onderkant van pijpen.
Elastaan
Een paar procent elastaan is genoeg om een stof te laten meegeven. Zonder elastaan trekt een broek strak zodra je door je knieën zakt. Je ziet het op labels ook wel staan als Lycra. Dat is de handelsnaam van dezelfde vezel, dus daar hoef je niet naar te zoeken als er al elastaan staat.
Wol en plantaardige vezels
Merinowol houdt warmte vast, neemt vocht op zonder klam aan te voelen en gaat lang mee zonder dat het gaat stinken. Daarom zit het vooral in thermokleding en basislagen.
Viscose en bamboeviscose zijn zacht en ademend, maar zwak zodra ze nat zijn. Je komt ze tegen in shirts, altijd in een mengsel.
Weefsels en constructies
Twill, canvas en denim
Twill herken je aan de diagonale ribbel in de stof. Het is soepeler en sterker dan een gewone binding, en vuil valt er minder op. Verreweg de meeste werkbroeken zijn twill. Canvas is dichter en zwaarder geweven. Stug bij het eerste dragen, maar daarna moeilijk kapot te krijgen. Denim is een katoenen twill met een geverfde bovendraad en een blanke onderdraad. Vandaar de lichte binnenkant en de manier waarop hij oplicht op de slijtplekken.
Ripstop
Om de paar millimeter zit een dikkere draad, waardoor er een ruitpatroon in de stof zit. Ontstaat er een scheur, dan loopt hij tot aan die draad en stopt daar. Handig als je langs prikkeldraad, steigerdelen of takken werkt.
Piqué
Het wafelachtige weefsel dat je van polo’s kent. Die open structuur laat lucht door en houdt de vorm beter dan glad tricot.
Fleece
Opgeruwd polyester dat veel warmte geeft voor weinig gewicht en snel droogt. Het houdt geen wind tegen, dus als tussenlaag onder een jas komt het het best tot zijn recht.
Softshell
Meestal drie lagen aan elkaar gelijmd: een stevige buitenstof, een membraan en een zachte binnenkant. Winddicht, waterafstotend en toch ademend. Let op het verschil met waterdicht. Een softshell houdt een bui prima uit, maar een dag in de stromende regen niet.
Verstevigingen op de slijtplekken
Op knieën, zakken en onderaan de pijp zit vaak een andere stof dan op de rest van het kledingstuk. Dat heeft een reden: die plekken slijten het eerst.
Cordura is de bekendste. Het is slijtvast polyamide van garenfabrikant INVISTA en het zit bij veel merken op precies die plekken. Kevlar kom je minder vaak tegen. Deze para-aramide van DuPont is uitzonderlijk sterk en smelt niet bij hitte, wat hem geschikt maakt voor hittewerende toepassingen.
Een broek met verstevigde knieën gaat veel langer mee als je knielend werk doet. Werk je vooral staand, dan is een broek zonder cordura een goedkopere keuze.
Merknamen van kledingmerken
Naast de garenfabrikanten hebben kledingmerken hun eigen namen voor stoffen en technieken. Die vind je alleen bij dat ene merk.
Carhartt gebruikt Rugged Flex voor stretch in katoenen mengsels, Rain Defender voor een waterafstotende afwerking en Force voor stoffen die vocht afvoeren en snel drogen. Helly Hansen heeft Helly Tech voor waterdichte membranen. Tricorp voert CoolDry voor vochtafvoerend polyester en Mascot gebruikt Ultimate Stretch.
Handig om te weten: zo’n naam betekent dat het merk zelf de eisen bepaalt. Het is geen norm en geen keurmerk. Wil je zekerheid over bescherming, kijk dan naar de EN-normen op het label.
Welke stof past bij jouw werk?
Veel knielen en schuren
Kies een broek met verstevigde knieën en zakken, in polyamide of een merknaam als Cordura. Een hoger aandeel van polyester in de rest van de broek draagt ook bij aan een langere levensduur.
Buiten in weer en wind
Softshell is de meest bruikbare tussenoplossing: winddicht en bestand tegen een bui. Bij langdurige regen is een waterdichte jas een betere keuze.
Werk met vonken, vlammen of laswerk
Gewoon polyester en polyamide smelten bij hitte en kunnen aan de huid vastkoeken. Dat maakt ze ongeschikt in de buurt van open vuur. Voor dit werk bestaan vlamvertragende stoffen op basis van behandeld katoen of aramide, met een certificering volgens EN ISO 11612 of EN ISO 11611. Kijk altijd naar die norm en niet naar de stofnaam alleen.
Warm binnenwerk
Kies dan juist meer katoen, of een shirt met vochtafvoer. Piqué en vochtafvoerend polyester werken beter dan een dicht geweven katoenen shirt dat nat blijft.
Werk langs de weg of op het spoor
Signaalkleding volgens EN ISO 20471 is vrijwel altijd polyester. De fluorescerende kleuren werken alleen goed op synthetische vezels. Meer daarover bij signaalkleding.
Alfabetisch register van materialen en stoffen
Wil je een compleet overzicht van alle stofsoorten, materialen en merknamen die voorkomen in werkkleding en werkschoenen. Bekijk dan deze pagina met een alfabetisch register.
Kort samengevat
Kijk op je label eerst naar de vezels en dan naar het weefsel. Die twee samen vertellen je hoe de kleding zich gaat houden.
Een merknaam is prettig maar zegt op zichzelf weinig. Gaat het om bescherming, dan is de EN-norm het enige wat telt.
Weet je niet welke stof bij jouw werk past? Kom langs in onze winkel in Wijk bij Duurstede en voel het verschil tussen de stoffen naast elkaar. Of bekijk het aanbod bij werkkleding.

Heb jij een vraag?
Wij helpen je graag!
KlantenserviceAanbevolen werkkleding
Aanbevolen blogs
Veelgestelde vragen


